GESCHIEDENIS
Historiek Kasteel van Wippelgem
Het oudste teruggevonden spoor dateert van 1375 toen het domein nog de naam “Ten Hulle” droeg. Het was eigendom van de Gentse patriciër Sander Cante en het was een ‘land-kasteel’ dat zijn rijkdom haalde uit de omliggende landerijen en boerderijen.
Omstreeks 1400 werd het domein verkocht aan Gelloot den Amman, ook een Gentenaar die veel bezittingen had in Noord-Vlaanderen (o.a. in Sleidinge, Oosteeklo, …)
In 1435 ging het kasteel over naar Alexandrina den Amman die gehuwd was met Jan van Hembyze. van Hembyze droeg de titel ‘Heer van Braekel’ en daardoor bleef de titel ‘van Braekel’ (‘van Braeckele’) verbonden aan het kasteel tot in 1605.Bij het overlijden van Joos van Braeckele in 1605 ging de eigendom naar zijn schoonfamilie, de familie Triest.
Adriaan Triest verkocht het domein 7 jaar later al aan Frans du Quesnov die het op zijn beurt terug verkocht in 1625 aan Jonkheer Hubert Francies Pieter Nieuwland. Zijn nakomelingen lieten in 1720 de huiskapel inrichten en inwijden. Sindsdien konden de missen en christelijke rituelen thuis ingericht worden.
In 1799 werd het domein te huur gesteld. Het was ondertussen geëvolueerd van een land-kasteel naar een zomerverblijf en werd aangekondigd als :”het Kasteel ofte Huys van Plaisance”
In 1783 kocht Johannes van der Meersch het domein voor 29.000 gulden. Hij was “coopman ende rafinadeur in Suyckers”en hij liet de grisaille schilderen die nog steeds in het kasteel te zien is. Het stelt de god Mercurius voor, de heilige van de handelaren, en zit vol symboliek. (Een grisaille is een zelden gebruikte techniek van zwart-wit schilderij.)
Het domein werd verkocht aan Jozef-Sebastiaan Delafaille d’Assenede (datum nog onbekend) en sindsdien veranderde het domein enkel nog van eigenaar door erfenis.
Omstreeks 1850 werd Victor Baron de Neve de Rode- Van den Hecke de nieuwe erfgenaam.
Hij schonk in 1856 een stuk grond om de bouw van de kerk van Wippelgem mogelijk te maken. De kerk zelf werd gebouwd onder impuls van Ludovic Maertens, eigenaar van het naburige kasteel in de Heffink.
bouwen in eenen bosch. Hieruit komt voort dat de vijanden der nieuwe Kerk haar somtijds den naem gegeven hebben van Bosch Kapel of Bosch Kerk”.
Op 28 augustus 1909 overlijdt Alfred Baron de Neve de Roden samen met zijn echtgenote bij één van de eerste treinongevallen in de geschiedenis: ze werden met hun koets gegrepen door een voorbijkomende trein.
Bij gebrek aan rechtstreekse erfgenamen werd Victor Baron de Crombrugghe de Looringhe de nieuwe eigenaar.
Zijn enige dochter Josine Barones de Crombrugghe de Looringhe werd de volgende erfgenaam. Ze bleef ongehuwd. Nog voor haar overlijden werd de eigendomstitel van het domein overgebracht in de N.V. Ten Bosch, onder beheer van de familie de Crombrugghe de Looringhe.
In 2008 kocht de gemeente Evergem het domein op.
De paardenstallen, koetshuis en hovenierswoning (nu brasserie).
De paardenstallen (3) zijn zeer ambachtelijk gemaakt uit edel hout en zeer solide afgemaakt. Ze dienden voor het stallen van de rij- en koetspaarden. In de stal hangt een telsysteem dat verbonden is met een trechter hogerop waarin haver zit. Het rantsoen kon op die manier gedoseerd worden per paard.
Naast de paardenstallen hebben we het koetshuis, wat later de garage voor de auto werd.
Aan het koetshuis en half daarin ingebouwd was er het damespaviljoen, wat spijtig genoeg in de jaren 1990 verdwenen is. Het was een klein zithoekje aan het water, met banken ingebouwd in het koetshuis en met een voorliggend, half-overdekt terrasje. Een roddel-en handwerkhoekje voor de vrouwen.Palend aan de paardenstallen is de hovenierswoning. Het mag duidelijk zijn wie daar woonde. De woning had een kleine binnenkoer met bergruimtes en konijnenhokken.
Palend aan de hovenierswoning en boven de paardenstallen waren de kamers voor de hulp-tuiniers. Markant was dat de tuinier wel de deur kon openen naar het verblijf van zijn helpers, maar niet omgekeerd. De hovenier stond in voor het beheer van de boomgaarden en de grote ommuurde moestuin.
Door Filip Geleyte
Het oudste teruggevonden spoor dateert van 1375 toen het domein nog de naam “Ten Hulle” droeg. Het was eigendom van de Gentse patriciër Sander Cante en het was een ‘land-kasteel’ dat zijn rijkdom haalde uit de omliggende landerijen en boerderijen.
Omstreeks 1400 werd het domein verkocht aan Gelloot den Amman, ook een Gentenaar die veel bezittingen had in Noord-Vlaanderen (o.a. in Sleidinge, Oosteeklo, …)
In 1435 ging het kasteel over naar Alexandrina den Amman die gehuwd was met Jan van Hembyze. van Hembyze droeg de titel ‘Heer van Braekel’ en daardoor bleef de titel ‘van Braekel’ (‘van Braeckele’) verbonden aan het kasteel tot in 1605.Bij het overlijden van Joos van Braeckele in 1605 ging de eigendom naar zijn schoonfamilie, de familie Triest.
Adriaan Triest verkocht het domein 7 jaar later al aan Frans du Quesnov die het op zijn beurt terug verkocht in 1625 aan Jonkheer Hubert Francies Pieter Nieuwland. Zijn nakomelingen lieten in 1720 de huiskapel inrichten en inwijden. Sindsdien konden de missen en christelijke rituelen thuis ingericht worden.
In 1799 werd het domein te huur gesteld. Het was ondertussen geëvolueerd van een land-kasteel naar een zomerverblijf en werd aangekondigd als :”het Kasteel ofte Huys van Plaisance”
In 1783 kocht Johannes van der Meersch het domein voor 29.000 gulden. Hij was “coopman ende rafinadeur in Suyckers”en hij liet de grisaille schilderen die nog steeds in het kasteel te zien is. Het stelt de god Mercurius voor, de heilige van de handelaren, en zit vol symboliek. (Een grisaille is een zelden gebruikte techniek van zwart-wit schilderij.)
Het domein werd verkocht aan Jozef-Sebastiaan Delafaille d’Assenede (datum nog onbekend) en sindsdien veranderde het domein enkel nog van eigenaar door erfenis.
Omstreeks 1850 werd Victor Baron de Neve de Rode- Van den Hecke de nieuwe erfgenaam.
Hij schonk in 1856 een stuk grond om de bouw van de kerk van Wippelgem mogelijk te maken. De kerk zelf werd gebouwd onder impuls van Ludovic Maertens, eigenaar van het naburige kasteel in de Heffink.
bouwen in eenen bosch. Hieruit komt voort dat de vijanden der nieuwe Kerk haar somtijds den naem gegeven hebben van Bosch Kapel of Bosch Kerk”.
Op 28 augustus 1909 overlijdt Alfred Baron de Neve de Roden samen met zijn echtgenote bij één van de eerste treinongevallen in de geschiedenis: ze werden met hun koets gegrepen door een voorbijkomende trein.
Bij gebrek aan rechtstreekse erfgenamen werd Victor Baron de Crombrugghe de Looringhe de nieuwe eigenaar.
Zijn enige dochter Josine Barones de Crombrugghe de Looringhe werd de volgende erfgenaam. Ze bleef ongehuwd. Nog voor haar overlijden werd de eigendomstitel van het domein overgebracht in de N.V. Ten Bosch, onder beheer van de familie de Crombrugghe de Looringhe.
In 2008 kocht de gemeente Evergem het domein op.
De paardenstallen, koetshuis en hovenierswoning (nu brasserie).
De paardenstallen (3) zijn zeer ambachtelijk gemaakt uit edel hout en zeer solide afgemaakt. Ze dienden voor het stallen van de rij- en koetspaarden. In de stal hangt een telsysteem dat verbonden is met een trechter hogerop waarin haver zit. Het rantsoen kon op die manier gedoseerd worden per paard.
Naast de paardenstallen hebben we het koetshuis, wat later de garage voor de auto werd.
Aan het koetshuis en half daarin ingebouwd was er het damespaviljoen, wat spijtig genoeg in de jaren 1990 verdwenen is. Het was een klein zithoekje aan het water, met banken ingebouwd in het koetshuis en met een voorliggend, half-overdekt terrasje. Een roddel-en handwerkhoekje voor de vrouwen.Palend aan de paardenstallen is de hovenierswoning. Het mag duidelijk zijn wie daar woonde. De woning had een kleine binnenkoer met bergruimtes en konijnenhokken.
Palend aan de hovenierswoning en boven de paardenstallen waren de kamers voor de hulp-tuiniers. Markant was dat de tuinier wel de deur kon openen naar het verblijf van zijn helpers, maar niet omgekeerd. De hovenier stond in voor het beheer van de boomgaarden en de grote ommuurde moestuin.
Door Filip Geleyte